mr hyde

Er is mij in mijn leven al vaak verteld dat ik zo kalm ben, zo rustig. Onderkoeld bijna. Geprezen word ik om de rustgevende invloed die ik heb op de opwinding van anderen. Meestal door mensen die nooit een huis met mij gedeeld hebben. De mensen die de neuroot in mij niet kennen. Die nooit geconfronteerd zijn met de zenuwlijer die verscholen zit onder dat olifantenvel.

Helaas ben ik dus de zenuwachtige idioot die in dat vel bivakkeert. Ik ken hem van dichtbij zeg maar. Het ventje dat enkel en alleen maar een rijbewijs heeft, omdat drie kilometer voor het examencentrum de trapas van zijn fiets brak en hij wonder boven wonder door een toevallig passerende buurvrouw welgeteld zeventien seconden voor aanvang van zijn examen op de plaats van bestemming werd gedropt. De eeuwige student die uiteindelijk een diploma behaalde, omdat een oplettende docent niet begreep dat hij al twee maal volledig gefaald had in zijn eindgesprek en hem de derde keer persoonlijk uit het zwarte gat dat moordende zenuwen heet kwam trekken. Wat zeg ik, de man die alleen maar vrouwen kan versieren die vallen op mysterieus stilzwijgende koele kikkers…

Over krap drie uur heb ik een sollicitatiegesprek. Mijn persoonlijke hel op aarde. Mijn achilleshiel. Toch vrees ik dat Achilles vanmiddag maar een eindje moet gaan lopen. Ik kan hem even niet gebruiken. Mijn schild heb ik al geweekt onder de douche, de nerveusheid probeer ik op dit moment van me af te schrijven. Fris gewassen, fris geschoren, frisse tegenzin. Op zoek naar het evenwicht tussen welbespraakt en bescheiden. Naar de verbinding tussen de rust en het vuur. Enthousiasme over lethargie. Spijkers met koppen. Overtuigd zijn van mezelf. ‘Kein geloel, nur fussball’.

kikkerdril

Kent u die kikker? Die met die rood-wit gestreepte zwembroek uit de kinderboeken van Max Velthuijs. Wat een irritante amfibie is me dat zeg. ‘Kikker & vriendjes’ heet de DVD waar mijn oudste dochter het liefst de hele dag naar zou kijken. Acht filmpjes over een verwende, ontevreden kutkikker die zijn vrienden loopt te koeieneren. Zonder enige vorm van zelfkennis en vooral zonder enige waardering voor zijn vrienden die zo hardnekkig enthousiast proberen om hem het leven wat aangenamer te maken. Het is dat elk filmpje met een positieve noot moet aflopen, dat het humeur van de bastaard van Kermit aan het eind van iedere episode als een blad aan een boom omdraait. Wat het voor mij als gedwongen meekijker zo mogelijk nog irritanter maakt.

Natuurlijk vindt mijn kind dit prachtig. Vanmiddag sloeg ze aan tafel haar armen over elkaar. ‘Ik ben boos.’ ‘Waarom ben je boos schat?’ ‘Dat weet ik niet! Ik ben boos.’ ‘Ben je boos omdat je een kikker bent?’ ‘JA.’ Nou daar zijn we weer mee gezegend. Een kwaaie kikker op de trap. Een boze kikker in de bakfiets. Een zich vervelende kikker aan de ontbijttafel. Ik denk dat het hoog tijd wordt om haar eens een sprookje te vertellen waarin een kikker gewoon ouderwets een prins blijkt te zijn. Een kikker met een kroon op zijn harses, in plaats van eentje met platvoeten en een rood-wit gestreepte zwembroek. Dat past trouwens ook veel beter bij haar verzameling prinsessenjurken.

altijd een beetje dom (1)

Als woordvoerder van een gerenommeerd museum op de radio vertellen dat je expositie van aardewerken soldaten uit het leger van de eerste Chinese Keizer ook uniek is, net als die keer dat ze in het Drents museum werden tentoongesteld, is altijd een beetje dom.